De Belg John Langenus floot in 1930 op het eerste WK met – in zijn woorden – “een fluitje van een cent”, ooit gekregen op een sportpark, omdat hij zijn eigen fluitje de week ervoor was kwijtgeraakt. De arbitrage op dit WK doet het met een fluitje van zo’n € 60. In een tijd waarin het WK duurder, groter, mooier, beter en meer moet zijn, valt dat nog best mee.
In de wedstrijd Canada – Bosnië Herzegovina stoorde ik mij vooral aan meer fluitsignalen. Dat kwam deels door de fluitstijl van de arbiter van dienst, maar was ook een gevolg van de spelregelwijzigingen, waarbij inworpen en doelschoppen binnen 5 seconden genomen moeten worden, nadat de scheidsrechter een fluitsignaal heeft gegeven. In de nieuwe spelregels staat weliswaar, dat de scheidsrechter dit ook verbaal mag aangeven, maar dat is op zo’n ‘groots’ WK onbegonnen werk. Dat lukt beter op veld 2 op De Smagtenbocht.
Naast deze 5-secondenregel bestaat nog een 10-secondenregel voor een wissel en een 1-minuutregel als die 10-secondenregel overtreden is en we hadden al de 8-secondenregel voor doelmannen sinds de start van het zojuist beëindigde seizoen. Van de scheidsrechters wordt dus veel telwerk gevraagd. Los van 9 meter 15 afstand bij vrije schoppen (en hoekschoppen, strafschoppen en aftrappen), 2 meter bij een inworp en 4 meter bij een scheidsrechtersbal.
Als een Graaf Tel uit Sesamstraat stond arbiter Tello de hele wedstrijd te tellen, inclusief fluitsignaal. Een devaluatie van de impact van het toch best dure fluitje. Het resultaat: één inworp die naar Canada ging, omdat een Bosniër stond te treuzelen.
Of het allemaal de moeite is, vraag ik me af. Net zoals ze op topniveau de VAR hebben, moeten ze toch een andere oplossing voor tijdrekken kunnen bedenken. Ik blijf het op de amateurvelden wel met eigen waarneming en mijn stem doen. Mijn blauw-witte fluitjes van € 8 hoef ik dan alleen te gebruiken, als ik het echt belangrijk vind.
#scheidsrechters #voetbal #KNVB #column #meteenknipoog