Supporters noemen zichzelf de twaalfde man. Een bron van steun, passie en clubliefde. Maar te vaak verandert die passie in iets heel anders: een opgefokte massa waarin het individu verdwijnt en fatsoen plaatsmaakt voor schelden, vernederen en bedreigen. Kuddegedrag in zijn meest trieste vorm.
Scheidsrechters zijn al jaren het mikpunt. Elke beslissing die niet bevalt, wordt beantwoord met haat, verwensingen en persoonlijke aanvallen. Op het veld, op de tribune en tegenwoordig vooral achter een toetsenbord. Alsof een arbiter geen mens meer is, maar een object waarop je ongehinderd je frustraties kunt afreageren.
De gevolgen daarvan worden schromelijk onderschat. Niet iedere scheidsrechter is opgewassen tegen die eindeloze stroom van agressie. Niemand zou dat hoeven zijn. Achter het fluitje staat geen robot, maar een mens met gevoelens, een gezin en een leven buiten het voetbal.
Het is ronduit beschamend dat we in een samenleving leven waarin mensen zich zó kapotgemaakt kunnen voelen dat zij geen uitweg meer zien. Niet alleen in de sport, maar overal. Woorden laten littekens achter. Soms dieper dan we willen erkennen.
Als het nieuws over Rob Dieperink klopt, dan is dat niet alleen een persoonlijk drama, maar ook een harde spiegel voor iedereen die denkt dat schelden, intimideren en online haat ‘er nu eenmaal bij horen’. Nee, dat hoort er niet bij. Het is vergif dat langzaam zijn werk doet.
Misschien moeten supporters, bestuurders en iedereen die langs de lijn of online zijn gal spuwt zichzelf eens afvragen: was die ene opmerking, die belediging of dat haatbericht het waard? Een wedstrijd duurt negentig minuten. De gevolgen van onze woorden kunnen een leven lang blijven bestaan.